Onderwijs

Werken als docent in het voortgezet onderwijs is een van de mooiste, een van de leerzaamste én een van de meest confronterende beroepen. Natuurlijk streef ik er iedere dag naar de leerlingen iets te leren, maar de meerwaarde van dit beroep is juist ook dat ik iets leer van hen. Als docent ben je altijd in gesprek. Met jezelf, omdat je je afvraagt of datgene wat je doet, gaat doen of hebt gedaan het juiste is. Met de leerlingen, omdat lesgeven staat of valt met interactie. Leraar zijn is kunnen bogen op ervaring, maar ook elke keer openstaan voor nieuwe input.

Op deze pagina publiceer ik de tekst die ik een aantal maanden geleden schreef naar aanleiding van de Dag van de Leraar. Voor zover ik al ideeën heb over onderwijs, staan die daarin het beste verwoord. Ik nodig collega’s, leraren-in-opleiding en andere belangstellenden van harte uit dit te lezen.

Aan alle lieve, hardwerkende collega’s, onderwijzend en onderwijsondersteunend, leidinggevend, waar dan ook in het land,

Eens per jaar worden jullie en ik op feestelijke wijze herinnerd aan onze dagelijkse missie.

And what a fine mission it is.

Iedere dag ontvangen we mensen die op weg zijn naar zichzelf. Naar hun betekenis in deze wereld, vanuit hun eigen zijn. We proberen deze mensen hierin richting te geven. We proberen ze te zien en te horen. We proberen ze bij te sturen waar nodig. We proberen ze op te voeden. We proberen ze te accepteren zoals ze zijn. We weten ieder jaar een beetje beter hoe we dit moeten doen, maar het is een leven lang proberen.

Want doen we het goed? En hoe weten we dat? Kleine aanwijzingen die in de richting van het antwoord op die vragen wijzen, zijn er genoeg. De vaak jonge mensen die we ontvangen, ik noem ze liever mensen op weg naar wie ze zijn, of mensen-op-weg, omdat leeftijd er in feite niet toe doet, komen naar ons toe om met ons te delen wat er in hen omgaat. Ze stellen ons eindeloos vragen over wat ze moeten doen en hoe ze het moeten doen. Ze laten ons op al dan niet subtiele wijze ogenblikkelijk merken hoe wij ons van onze taak kwijten. Ze willen ons allemaal zeggen: dit hebben we nodig. We hebben u nodig. Of ‘u’ het nu goed doet of niet. Of we nu zelfstandig zijn of niet. Of we nu veel of weinig behoefte hebben om aan het handje genomen te worden. Het moge duidelijk zijn: ook al kunnen wij in onze beroepsgroep aan tal van signalen afmeten ‘of we het goed doen’, die vraag is maar voor een deel relevant. Minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker, is de vraag: zijn we er? Staan we er?

Vanuit dat zijn, vanuit die vraag, blijven we iedere dag proberen. Idealiter doen we dat uit liefde voor het beroep en voor de mensen-op-weg. Ik voor mijzelf beken dat ik die liefde vaak niet gevoeld heb. Overschaduwd door beginnersstrubbelingen, door moeilijke situaties, door neventaken die inherent zijn aan het beroep maar die nu eenmaal altijd voelen als ‘moeten’, door het onvermogen het ‘juiste’ contact met mijn mensen-op-weg tot stand te brengen – de lijst is eindeloos. Ik ben bij lange na niet de enige die dit gevoel – of gebrek eraan – kent. Het zijn zelfs allemaal denkbare redenen voor jonge docenten, waartoe ik mezelf nog steeds reken, om vroegtijdig af te haken en een ander beroep te kiezen. Maar ik sta er nog steeds. Niet omdat ik mezelf moet bewijzen dat ik het kan. Niet omdat ik moet. Wel omdat ik het geduld op heb kunnen brengen dichter bij die liefde voor het beroep en voor de mensen-op-weg te komen. Ook al zijn er genoeg momenten waarop ik, en ongetwijfeld velen van jullie met mij, me verre van liefdevol voel.

Ik geloof erin dat ‘iedere dag proberen’ universeel is, dat dit niet alleen voor dit beroep geldt, maar voor elke situatie waarin sprake is van menselijk contact. Een recent gehoorde wijsheid luidt: we mislukken pas als we niet proberen. Als we niet op onze bek durven gaan. Talent of aanleg is enkel iets waard in het moment waarop we het juist gebruiken. Ik herinner mezelf hier iedere dag aan en reken het tevens tot mijn taak dit mee te geven aan ‘mijn’ mensen-in-wording. Juist in het zoekproces waarin zij zich bevinden, hebben zij het nodig om te weten dat fouten maken niet erg is.

Beste collega’s, ik wens ons allemaal een leven lang proberen toe.

Tim van Dun

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op de facebookpagina Zondagsschrijver, d.d. 5 oktober 2016.