Dertig – Je verwacht het niet (2)

Laat maar komen, dat getal. Tja.

Een kleine twee maanden geleden besloot ik mijn ‘beschouwing’ van het bijna-dertigerschap met die vijf optimistisch klinkende woorden. Terecht? Voor een deel. Ergens wringt het.

Zoals zovelen zet ik optimisme in als strategie om te overleven. Ik geloof oprecht dat een positieve grondhouding kan leiden tot een gelukkig leven. Echter.

Kijkend naar mijn vorige bijdrage op Zondagsschrijver en naar mijn vele facebookposts valt het me op dat de positiviteit zegeviert. Ook in mijn dagelijks leven buiten social media betrap ik mezelf erop steeds weer uit te gaan van het goede. Dát wringt. Maar waarom wringt het?

Deels omdat mijn geweten me vaak influistert dat ik, nu ik bijna dertig ben, wel beter moet weten. ‘De wereld is geen speeltuin’. ‘Niemand zit op jou te wachten’. ‘Als je niets doet, gebeurt er ook niets’. ‘Niemand heeft ooit gezegd dat het makkelijk zou zijn’. ‘No pain, no gain’. ‘Je bent intussen zo vaak op je bek gegaan dat je kinderlijke onbevangenheid stuitend is’. Allemaal waar, allemaal vertekend, allemaal belemmerend, allemaal mezelf met beide benen op de grond houdend.

De andere reden heeft alles te maken met (ja hoor, daar zijn ze weer) verwachtingen. Meer nog met relaties, waarover ik nog niet eerder schreef. Ik noem deze twee tezamen omdat ze in mijn ogen alles met elkaar te maken hebben. Zo sterk ik ‘verwachtingen’ bagatelliseerde in mijn vorige stuk, zo hevig bepalend blijken ze voor mij in werkelijkheid. De ene keer denk ik aan (vaak zelf ingevulde) verwachtingen te moeten voldoen om een relatie goed te houden. Dan weer ben ik ervan overtuigd dat het allemaal niet uitmaakt.

De kern van mijn beleving omtrent verwachtingen en relaties is deze: men kan mij nóg zo vaak zeggen dat het vooral belangrijk is aan de eigen verwachtingen te voldoen en niet zozeer anderen te pleasen – ik gelóóf dat (nog) niet. Verwachtingen zijn namelijk impliciet. Schijt hebben aan anderen en aan hun verwachtingen, dames en heren, is voor mij vooralsnog een pose. Een pose die niet alleen ik aanneem – ook vele anderen. We wíllen wel schijt hebben, we wíllen wel loslaten, maar we kúnnen het niet. Nogmaals: mijn beleving.

Om de link van bovengenoemde twee redenen met optimisme duidelijk te maken: het is moeilijk om in alle situaties, met betrekking tot alle verwachtingen en relaties, optimistisch te blijven. Ik heb nieuwe relaties (in de breedste zin van het woord) zien komen en (inmiddels) oude relaties zien gaan. Sommige relaties zijn exact hetzelfde gebleven. Andere relaties hebben standgehouden, maar zijn veranderd, ten goede of ten kwade. Of ik het er nu mee eens ben of niet. Weer andere relaties zijn, na kortere of langere onderbreking, tot mijn vreugde hervat.

Ik heb gezien dat ik niet op alles invloed kan uitoefenen. Ik heb ook gezien dat de meeste veranderingen in relaties gevolg zijn geweest van verwachtingen, waaraan de ander of ikzelf niet heb voldaan of heb kunnen voldoen. Ik hoor mijn geweten, dat me herinnert aan negatieve ervaringen die me blijkbaar een les hebben moeten leren.

En met al die reserves leef ik, bijna-dertiger, verhard door wat geweest is maar met goede hoop voor de toekomst, vanuit optimisme.

Dit blog is eerder gepubliceerd op de facebookpagina Zondagsschrijver, d.d. 4 juni 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s