Dertig – Je verwacht het niet (1)

Weken heb ik geprobeerd te bedenken vanuit welke invalshoek ik over het dertigersdilemma zou schrijven. En op ieder moment dat ik een ingang gevonden dacht te hebben, realiseerde ik me dat het niet ging werken dit thema vanuit welke bestaande context dan ook te benaderen. Ik zal dus niet schrijven over het boek met de gelijknamige titel. Ook zal ik niet schrijven over Marlijn Weerdenburg, die zichzelf een dolende dertiger noemde. Het dertigersdilemma, voor zover er al van een dilemma te spreken valt, is persoonlijk. Dertig worden, dertig zijn, is persoonlijk. Als er dus al een context moet zijn, is het die van mezelf.

Ik deel de opvatting van velen dat dertig worden slechts een verandering van getal is. Ik deel het cliché dat je zo jong bent als je je voelt – liever nog: dat je zo ver bent als je bent. De vraag waarom er zo veel gewicht lijkt te hangen aan het plaatje van een dertiger – baan, huis, auto, relatie, wellicht een huwelijk en een kersvers gezin – blijft actueel. Dat mensen veel gewicht hangen aan verwachtingen, is evident. Dat men zichzelf vergelijkt met anderen, is evident. De geforceerde poging om vol te houden dat men zich niets aantrekt van verwachtingen of vergelijkingen, is een ontsnappingspoging uit het groepsdenken dat mensen nou eenmaal van nature in zich hebben. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat ik ook probeer te ontsnappen; paradoxaal genoeg zit het in mijn overtuiging verankerd dat ‘dertig’ een getal is dat verder niets zegt. Mijn eerlijkste benadering van het dertiger-zijn is dan ook dat ik ernaar streef om verwachtingen zo veel mogelijk los te laten, met het in mijn ogen realistische besef dat dat nooit helemaal zal lukken.

Waar sta ik? Ik werk nu vier jaar als leraar in het voortgezet onderwijs en lijk na een fikse zoektocht – met vallen en opstaan – mijn voorlopige plek binnen deze branche te hebben gevonden. Ik bewoon een rijtjeshuis – correctie: ik huur de begane grond inclusief voor- en achtertuin, met verder alle voorzieningen voor mezelf – dat me tot dusver erg bevalt. Ben ik niet aan het werk of met m’n woning bezig, dan zie ik vrienden en familie, of houd ik me bezig met kunst: ik speel toneel, ik heb het stemacteervak verkend, ik schrijf over wat me bezighoudt en als het even kan, speel ik op m’n keyboard, liefst mezelf begeleidend terwijl ik zing. De wens een elektrische piano aan te schaffen, is er. De wens dat er een auto komt, is er. De wens allerlei leuke dingen voor m’n huis te bedenken, is er. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, bekijk ik de komende jaren graag grondig hoe ik mijn passie voor de kunsten kan integreren in mijn werk. Wil ik lessen drama gaan geven? Wil ik mezelf scholen tot docent muziek of theater, naast het vak Nederlands? Wil ik gaan vechten voor klussen als stemacteur?

In bovenstaand verhaal zitten natuurlijk een aantal eerder genoemde verwachtingen verankerd. Lang niet op elk gebied, overigens. Over relaties heb ik het niet gehad, laat staan over een huwelijk of kinderen. En laat ik, enkele maanden voor het dertigerschap, nu heel blij zijn met het feit dat dat allemaal nog niet in beeld is. Niet dat ik het zou tegenhouden. Denk ik. Feit is dat ik mijn eigen wensen, hoe ik mijn leven nu inricht en nog in wil richten, nu beslist niet aan de kant wil zetten voor een gezin. Waarom zou ik ook?

Zo bekeken heb ik geen dilemma. Ik heb hooguit een realistisch besef dat je nooit helemaal buiten verwachtingen kunt leven. Daar kan ‘zelf aan het roer staan’ prima naast bestaan. Laat maar komen, dat getal!

Dit blog is eerder gepubliceerd op de facebookpagina Zondagsschrijver, d.d. 9 april 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s